Tijdens de groepslessen zullen we met elkaar een hecht ensemble vormen. Er zitten geen solo-instrumenten bij, we zijn juist samen één. Een compleet ensemble bestaat uit 21 spelers, maar een kleiner aantal is ook goed mogelijk. In de les zullen de volgende aspecten aan bod komen:
- leren spelen op zoveel mogelijk instrumenten van het angklungorkest. Dit zijn er maar liefst negen: gong, kajar, ceng-ceng, kendang, reyong, pemade en kantilan, jublag en jegog)
- repertoire opbouwen
- uit het hoofd leren spelen; er staat niks op papier, dus het is de perfecte manier om het geheugen te trainen
- techniek
- interlocking (typisch kenmerk van Balinese gamelan: twee spelers spelen ieder een bepaald patroon, samen klinkt het als één. Het ‘ritst’ in elkaar. Dankzij interlocking is het mogelijk om razendsnelle ritmes en melodieën te spelen)
- leren reageren op tekens van de trommel
- culturele achtergrond
Wat gamelan spelen bijzonder maakt, is het gevoel met zijn allen als één te klinken. Op het eerste gehoor klinken de melodieën simpel, maar het zal je verbazen hoe snel dat verandert. Als beginner is het goed om te weten dat het toegankelijke muziek is om te leren spelen. We gaan rustig beginnen, eerst wennen aan de instrumenten, de manier van spelen, naar voorbeelden luisteren. Het is niet moeilijk om je eerste stappen te zetten. Je zult merken dat je al gauw met zijn allen een stukje kunt spelen. En dan wordt het alleen nog maar leuker!
De lessen worden gegeven door Clara de Mik, die haar opleiding heeft gehad bij de Balinese gamelangroep Irama uit Amsterdam.