Samba is afkomstig uit Brazilië en wordt vooral gespeeld tijdens het jaarlijks carnavalsfeest. Er zijn verschillende soorten samba zoals de afro samba, samba batucada, samba reggae, samba de enredo etc.

Een sambagroep bestaat uit de bateria en een mestre de samba.  De bateria zijn degene die de instrumenten bespelen en dus de samba vertellen via hun instrument. De mestre is de dirigent. Deze geeft, door middel van tekens, een apito (fluitje) en de repenique, aan wat er door de bateria gespeeld wordt.

De bateria bespeelt verschillende instrumenten:

De repenique, het leidend instrument binnen de samba. Deze wordt in de samba batucada gespeeld met 1 stok en de hand. In de overige sambas wordt de repenique bespeeld met twee stokken.

Er zijn in de bateria meerdere surdos die verschillend gestemd zijn. Ze geven het basisritme binnen de samba. De surdos zijn de grootste drums binnen de bateria en geven een laag, zwaar basgeluid.

De caixa is de snaredrum van de bateria. De caixa is de constante factor binnen de samba en geeft door de manier van spelen het vrolijke sambagevoel.

De tamborim is de kleinste drum van de bateria. Deze heeft een hoog, vel geluid en geeft het extra opzwepende aan de samba.

De agogo is de bel die bespeeld wordt tijdens de samba. Het is een instrument dat bestaat uit een, twee, drie of vijf bellen aan elkaar vast. De agogo is het melodieuze instrument binnen de samba.

Onmisbaar in de samba is de chocalho oftewel de shaker. Het vergt enig oefening en techniek om de chocalho lang te kunnen bespelen maar geeft een enorme swing aan de samba.

De timba is een drum die met de handen wordt bespeeld. De manier van spelen heeft overeenkomsten met de Afrikaanse djembe. De timba is het solo instrument binnen de samba.